17 februari 2022 

Verruwing in de Kamer

Politiek

„Praten over gedrag politici al winst”

Een Kamerlid mag in een debat veel zeggen, vindt SGP’er Van der Staaij. „En dat hoeft niet altijd in k...

Deze donderdag praat de Kamer over de onderlinge omgangsvormen: de manier waarop ze met elkaar omgaan. Kees van der Staaij legt in het RD uit waarom respectvol taalgebruik zo belangrijk is.

Bijbelgedeelte

Lees verder

29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goederede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien die ze horen.
30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.
31 Alle bitterheid en toornigheid en gramschap en geroep en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid.
32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

1 EEN psalm van David.
HEERE, ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
2 Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.
3 HEERE, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.
4 Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen met mannen die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.
5 De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.
6 Hun rechters zijn aan de zijden der steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat zij aangenaam waren.
7 Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.
8 Doch op U zijn mijn ogen, HEERE Heere, op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.
9 Bewaar mij voor het geweld des striks dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken der werkers der ongerechtigheid.
10 Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, tezamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.

Ps. 141:3

Zet, HEER, een wacht voor mijne lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat' ontglippen.

In gesprek
1. Vraag

In de laatste verzen van Efeze 4 gaat het over taal en taalgebruik. Hoe moet het niet? (vers 29 en 31)

2. Vraag

En hoe moeten mensen onderling wel met elkaar omgaan? (vers 29b en 31)

3. Vraag

In het taalgebruik en de handelswijze van politici is nog veel te verbeteren, zegt Kees van der Staaij in het RD-artikel. Waarom is respectvol taalgebruik richting de ander zo belangrijk - juist ook voor een christen?

4. Stelling

Anderen kunnen aan mijn taalgebruik merken dat ik christen ben.

Toelichting
-auteur Jasper Otte-

Let op wat je zegt.

Een smartend woord is bedoeld om een ander smart of pijn aan te doen. Ook weten we allemaal dat een smeulend vuurtje aangewakkerd kan worden door erin te blazen en vervolgens kunnen we op het vuurtje óók nog ólie gooien. Het tegenovergestelde is om sussende woorden te spreken en een conflict of ruzie daarmee te voorkomen.
Jacobus spreekt óók van een klein vuurtje wat een grote hoop hout aansteekt. Een gigantische bosbrand begint zo klein dat je het met gemak met je schoen uit kunt drukken.
Het verkeerde woord is dan een breuk in de geest en absoluut geen medicijn wat van onze tong komt!
Niet alleen politici, maar ook wij zijn dus verantwoordelijk voor wat er uit onze mond komt. Vandaar dat de dichter van Psalm 141 aan God vraagt om een ‘wacht voor zijn lippen’. Doe geen beloften die je niet waar kunt maken. Wanneer je als politicus, maar ook als je persoonlijk iets beloofd, moet je dat nakomen! Anders ben je een leugenaar!
Oók moet je anderen respecteren in hun opvattingen zonder grove beledigende taal over de ander uit te gooien!

Onze tong is een scherp zwaard. Ga er dan ook voorzichtig mee om!

Overige dagopeningen

4 juli 2022 

Het lied van Mozes

1 juli 2022 

Iedereen heeft een roeping

30 juni 2022 

Windhoos Zierikzee

29 juni 2022 

Vrijmoedigheid